De panelleden leiden hieronder hun bijdrage in.
- Prof. dr. Cees Andriesse:
'Voor de jaren 1990, toen het internet tot stand kwam en onderzoekers hun werk direct aan elkaar voor konden leggen, heeft het klassieke (commerciële) wetenschappelijke tijdschrift met peer review nog een laatste keer gebloeid. Die bloei blijkt onder meer uit de geschiedenis van Nederlandse uitgeverijen zoals Nijhoff (nu Springer), de Noord-Hollandsche en Elsevier, die in mijn boek Dutch messengers beschreven is. Op cruciale momenten in de ontwikkeling van de fysica en de biochemie, vooral in de jaren 1950 en 1960, hebben zij onderzoekers met een wereldreputatie als tijdschriftredacteur aan zich weten te binden.
Ik zal enkele succesvolle redacteur-uitgeverduo's de revue laten passeren en proberen ze te karakteriseren. Omdat peer review onmisbaar is voor de groei van wetenschappelijke kennis, is de rol van de klassieke tijdschriften waarschijnlijk nog lang niet uitgespeeld.'
'Internet heeft de wetenschappelijke communicatie ingrijpend veranderd. Wetenschappers bereiken elkaar veel gemakkelijker, wisselen informeel kennis uit, zijn lang vóór formele publicatie via preprints op de hoogte van nieuwe inzichten en hebben in een oogwenk toegang tot alle beschikbare literatuur.
Ondertussen verandert ook de vorm waarin wetenschappelijke literatuur verschijnt. Nog altijd spreekt men van boeken en tijdschriften, maar de inhoud maakt deel uit van grote digitale collecties en wordt als één verzameling aangeboden en doorzocht. Artikelen en hoofdstukken komen los te staan van de vertrouwde context, de monografieën en journals waarin ze zijn opgenomen.
Wat betekent dit voor de rol van de uitgever? Blijft deze dezelfde of verandert hij drastisch? Vragen die toegelicht zullen worden aan de hand van enkele experimenten bij AUP met digitale toepassingen voor wetenschappelijk uitgeven.'
'Het wetenschappelijk discours en dus "scientific communities" zijn al eeuwen de basis van de voortgang en vooruitgang van de wetenschap. Concurrenten-collega's die elkaar openlijk en op het scherpst van de snede bevragen, bestrijden, maar elkaar daarom ook evenzeer nodig hebben. Het internet heeft die communiteitvorming en de communicatie daarbinnen naar een radicaal andere dimensie gebracht. Dat heeft de wetenschappelijke productiviteit, en de precisie en snelheid daarvan eveneens radicaal verbeterd. Het samenspel tussen wetenschappers en uitgevers is meer dan ooit nodig om deze communiteiten te vormen en te laten functioneren.
Internet heeft een gunstige invloed op de kwaliteit van wetenschap:
– internet is een prachtig instrument dat peer reviewers helpt hun werk veel beter en sneller te kunnen doen,
– internet maakt meta-analyses mogelijk die discutabel of unfair wetenschappelijk gedrag blootleggen,
– uitgevers hebben de taak wetenschappers dit instrumentarium aan te reiken en scherp te houden.
Peer review wordt door internet niet overbodig. Citation scores op basis van alleen maar internet-statistieken zouden een verarming zijn van het wetenschappelijk bedrijf. Het gaat uiteindelijk om het oordeel van wetenschappers over elkaars werk. Dat is voor een deel subjectief en dat hoort ook zo. Editorial boards van tijdschriften en boeken staan onderling ook weer in een (niet altijd uitgesproken) hiërarchie. En "er bij horen" is op zich ook weer een selectieproces waar de besten boven komen drijven: branding of excellence – een positief proces.'