Bijzondere collecties
Collectie van de Stichting Réveil-Archief
In 1930 werd de Stichting Réveil-Archief opgericht om in de eerste plaats zo veel mogelijk originele documenten en archieven, met name brieven, van figuren uit het Nederlandse Réveil te verzamelen, zodat de briefwisseling tussen de betrokken personen op één centraal punt bewaard zou worden. Het openbaar archiefwezen bekommerde zich toen nog nauwelijks om deze particuliere archiefbescheiden. Een krachtige oproep werd gedaan om relevant materiaal bij de Stichting Réveil-Archief in bewaring te geven. Pleitbezorgster van dit streven was met name dr. M.E. Kluit, gewoonlijk aangeduid als ' juffrouw Kluit', de eerste conservator van de Collectie Réveil-Archief. Zij was zelf een nazaat van Willem de Clercq, een van de voornaamste figuren van het Réveil. De stichting werd in den beginne vooral gedragen door een groep van erfgenamen van Réveil-figuren, die hun familie-archieven bij de stichting in bewaring gaven.
Omdat het Réveil een beweging was en geen instituut, is het moeilijk uit te maken wie wel en vooral wie niet tot het Réveil behoord heeft. Bovendien werden met de archivalia van Réveil-figuren ook de archivalia van hun voorouders verworven, soms teruggaand tot de zeventiende eeuw. Inmiddels zijn ook de archivalia van nazaten van Réveil-figuren verworven, onder wie enkele oprichters van de Stichting Réveil-Archief (mr. Andrew de Graaf, dr. M.E. Kluit).
Waren vroeger de archieven van Isaäc da Costa, H.J. Koenen en Willem de Clercq de hoofdmoten van het Réveil-Archief, inmiddels zijn ook de familie-archieven Pierson en De Graaf van respectabele omvang.
Van andere belangrijke Réveil-figuren en personen die met hen in verbinding stonden is de papieren nalatenschap elders terecht gekomen: zo liggen de papieren van G. Groen van Prinsterer in het Nationaal Archief; archivalia van H.F. Kohlbrügge liggen deels in de Collectie Réveil-Archief en voor het overgrote deel in de Universiteitsbibliotheek Utrecht, waar zich ook het archief van M.J. Chevallier becindt; de archieven van C.C. Callenbach en J.W. Gunning berusten in particuliere archieven.
Het jaarverslag over 1947–1948 van de Stichting Réveil-Archief geeft een overzicht van wat men toen nog aan materiaal wilde toevoegen aan het bezit. De totale collectie van de stichting, die naast handschriftelijk materiaal ook een omvangrijke boekerij omvat, is sinds 1931 als bruikleen ondergebracht in de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam en maakt deel uit van de Bijzondere Collecties.
De verzameling groeit nog steeds, zowel door aankoop als door schenkingen. Het aanwezige materiaal blijkt van betekenis voor uiteenlopend onderzoek, dat uitmondt in een gestage stroom artikelen en boeken (onder andere dissertaties). Ook voor doctoraalscripties wordt er dankbaar gebruik van gemaakt.
Zwaartepunten
De kern van de collectie wordt gevormd door het handschriftenbestand:
- brieven
- (auto)biografieën
- aantekeningen
- notulenboeken
- dagboeken
- reisverslagen
- preken
- persoonlijke documenten
- prenten
- portretten
De bijbehorende bibliotheek bevat:
- geschriften uit de tijd van het Réveil
- werken over het Réveil (dissertaties, scripties, handboeken)
- dichtbundels

